Joris Lohman is voorzitter van het dagelijks bestuur van de Taskforce Korte Keten. Hij zet zich al jaren in voor een korter en eerlijker voedselsysteem. Foto: Fotopersbureau Dijkstra
Korteketeninitiatieven schieten uit de grond. Sinds de eerste lockdown zijn lokale producten steeds meer in trek en is er meer aandacht voor het verkorten van lange voedselketens. Joris Lohman is een van de initiatiefnemers van Taskforce Korte Keten en zet zich in voor een verandering in ons voedselsysteem, waaronder het stimuleren van korte voedselketens.
Wat is een korte keten?
âKorte keten is jargon en wordt vaak verbonden aan lokaal eten of schakels. De definitie van Taskforce Korte Keten is âeen korte voedselketen is een toeleveringsketen met een beperkt aantal marktdeelnemers die zich inzetten voor samenwerking, lokale economische ontwikkeling en nauwe geografische en sociale betrekkingen tussen voedselproducenten, -verwerkers en consumentenâ. Dit is bewust een best brede definitie. We hebben hierin het tellen van de schakels achterwege gelaten, omdat ook bijvoorbeeld Albert Heijn kan zeggen âwij hebben een korte keten, want we hebben ook ketens met maar één of geen schakelsâ. Wat mij betreft gaan korte ketens in ieder geval niet over kilometers en over de hoeveelheid schakels, maar over de balans in de keten daaromheen en de sociale relatie tussen afnemer en consument.Een korte keten heeft dat sociale element, volgens onsIn het huidige systeem wanneer een boer levert aan een supermarkt, betekent dat dat hij of zij echt prijsnemer is en vervangbaar kan zijn. Als je ketens hebt die anders georganiseerd zijn, zoals een korte keten, zitten daarin een betere balans en wederkerigheid omdat je dan als boer zichtbaar bent of misschien wel mede-eigenaar van een coöperatie. Een korte keten heeft dat sociale element, volgens ons. Je zou dan als boer meer invloed moeten hebben in die keten omdat je meer zichtbaar bent, omdat je dichterbij zit en omdat je meer verantwoordelijk wordt gehouden.â
Wat zijn de voordelen van een korte keten?
âVoordelen van de korte keten kunnen zijn dat je bepaalde producten kunt kopen en verkopen die niet in de supermarkt te vinden zijn. Dat kan zijn in de zin van betere kwaliteit, maar ook locatie, dus een product uit de streek. In theorie zijn er korteketeninitiatieven die op sommige vlakken echt wel in staat zijn om beter te presteren dan langere ketens. De kilometers kunnen meespelen. Het kan ook economisch voordeel opleveren voor zowel de boer als de consument, doordat in beide gevallen geen extra marges van andere partijen bovenop de prijs komen. Dit is nog heel erg in ontwikkeling, omdat korte ketens dat ook nog hebben. Ik denk dat de maatschappelijke aandacht voor korte ketens niet zozeer verklaarbaar is vanuit de gedachte dat dichtbij altijd beter is, maar vanwege de complexiteit van de voedselketen in het geheel.Een kortere keten kan ook tot meer bewustzijn leiden bij de consumentVoor veel consumenten is het erg onlogisch waarom appels en lamsvlees uit Nieuw-Zeeland worden gehaald, terwijl we dat ook van Nederlandse bodem kunnen halen. Een kortere keten kan ook tot meer bewustzijn leiden bij de consument. Het is belangrijk dat ze meer na gaan denken over waar hun voedsel vandaan komt. Korte ketens zijn transparant en boeren zichtbaar.â
Zijn er ook nadelen?
âHet is allemaal nog heel erg nieuw. Je moet durfondernemers hebben die dingen proberen, maar daar zullen ook heel veel initiatieven sneuvelen. Daarnaast worden heel veel mythische eigenschappen toegeschreven aan korte ketens. Zo zouden ze heel veel duurzamer zijn, veel efficiënter en leveren ze de boer een betere boterham op. Dat ligt er maar heel erg aan. In korte ketens kan minder CO2 uitgestoten worden dan in langere ketens, maar dat hoeft niet. Dat ligt aan de efficiëntie, maar is vaak nog niet het geval. Een korteketensysteem kan de boer een betere boterham opleveren, maar dat ligt ook sterk aan het ondernemerschap van de boer. Korte ketens zijn niet het antwoord op alle problemen in ons voedselsysteem, maar ze kunnen wel het middel zijn om uiteindelijk het doel te bereiken. We kunnen niet van de boerensector verwachten dat hij alleen voedselvraagstukken gaat oplossen, daarvoor moet gekeken worden naar de overheid. Niet voor niks worden korte ketens als een van de zes oplossingsrichtingen aangedragen voor de toekomst van de boer in het meest recente rapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur. Het is niet of-of, maar en-en. Het moet gewoon serieus genomen worden en er moet in geïnvesteerd worden.âWaar liggen de taken van de Taskforce?
âDe doel van de Taskforce is eenheid scheppen in de losse flarden van initiatieven en ondernemers ondersteunen met informatie. Daarnaast willen wij regionaal en nationaal nieuwe samenwerkingsverbanden opzetten. Er zijn wel mensen die op de fiets stappen om een rondje langs de boeren te doen, maar dat is niet praktisch voor het overgrote deel. Wij zagen dat succesvolle initiatieven constant tegen een soort van bovengrens aan bleven lopen. Toen is een aantal bedrijven die met vallen en opstaan hun sporen hebben verdiend binnen de korte keten bij elkaar gekomen om de Taskforce op te richten. Wij proberen mee te denken met ondernemers over bijvoorbeeld grote vraagstukken, zoals logistiek. De ontwikkelingen gaan ontzettend hard.Wij proberen mee te denken met ondernemers over bijvoorbeeld grote vraagstukken, zoals logistiekHeel interessant vind ik bijvoorbeeld de ontwikkelingen van flitsbezorgers die lokaal voedsel binnen tien minuten op de stoep brengen. Hoewel je grote vragen kan stellen bij het verdienmodel op de langer termijn, want nu verbranden ze investeringsgeld. Als zij dat willen gebruiken dan is de vraag van de boeren hoe ze hun product bij de consument krijgen in één klap opgelost. Als je de Gorillas-app opent, kun je met één klik kazen kopen, waarvoor ik al jaren bezig ben om schapruimte te krijgen. Als dit dus een succes is, zijn nieuwe ketens of andere logistiek niet meer nodig omdat zij dat dan voor de boeren oplossen.â
Waar liggen nog kansen voor ondernemers?
âNiet door het zelf te gaan doen, maar door te kijken hoe en waar een merk en een product in de markt kunnen worden gezet. Mijn eerste tip: doe het samen. Ga niet in je eentje klussen aan een korte keten, maar verenig je. Als tweede kunnen nog genoeg producten ontwikkeld worden, dat hoeft niet gek. Voor alle producten die te bedenken zijn, kun je een markt verzinnen. Ik weet zeker dat we nog aan het begin staan van dat soort lokale, korteketenproducten. Verder moet gerealiseerd worden dat het ontwikkelen en vermarkten van een product echt een tweede bedrijf is. Denk erover na of je dat zelf kunt of dat iemand in de arm genomen moet worden. Als laatste moet je nadenken hoe consumenten bij je product komen en hoe jij het bij hen krijgt. Zoals genoemd, zie ik echt heel veel kansen bij de flitsbezorgers die steeds meer lokaal verkopen. Ik zou tegen ondernemers zeggen: kijk hoe dit soort bedrijven jou kunnen helpen. Doe het vooral niet alleen.âMis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij